ouder en isolement

Vallen op jonger

Posted by on mrt 12, 2012 in angst en depressie, hiv en uiterlijk, ouder en isolement, relatieproblemen, uit elkaar | 0 comments

Tim (34) is erg zorgzaam naar zijn jongere vriend Sem van 23 jaar. Hij kan zich goed wegcijferen behalve als het om daten gaat. Hij date de een na de andere jonge twintiger. Hij valt op jong. Tussen de 18 en 22 is zijn leeftijdscategorie. Met Tim heeft hij al 5 jaar een relatie. Regelmatig hebben ze ook trio’s. Voor Sem een leuke manier om wat met leeftijdsgenoten te hebben. Hij had voor Tim nooit eerder wat gehad met een jongen. Voor Tim zijn trio’s een handige entree naar zijn doelgroep. De laatste tijd happen de twinky’s niet meer zo op hun triovoorstellen. Ze vinden Tim te oud. Dat geeft problemen in huize Tim&Sem. Sem realiseert zich de nadelen van een ouder vriendje. Tim ook. Hij vindt zichzelf nu ook te oud worden en vindt dat hij te vaak op jong valt. Hij wil zich ervan bevrijden. Hij krijgt sinds zijn 30e wat inhammen in zijn haardos en zijn buikje heeft hij ook minder onder controle. Tim nadert zijn eerste midlifecrisis. Wat beweegt ouder wordende gays zo hardnekkig vast te houden aan seks met een jongere? Zijn dat de hormonen? Gaat het om scoren? Alsof seks met een jongere een soort jachttrofee is. De man als jager die zich een hele piet voelt? Wat betreft die trio’s gaf ik het advies niet meteen uit de kleren te gaan. “Tim, laat je ook gewoon kennen als een leuke man”. Als je ouder wordt, krijg je rimpels of zelfs een buikje. Je lichaam zakt uit de jeugdige vorm. Bijna iedereen zit ermee, met dat verlies aan jeugdige schoonheid. Er wordt wat uitgegeven aan cosmetica. En waarom? Om jong en mooi te blijven? Om geen aandacht te verliezen? Het schrikbeeld voor elke gay is een zielige oude nicht te worden. Te gebruind in een te strak T-shirt op sekstoerisme. Die rimpels zijn niet tegen te houden. Elke gay komt ooit in een midlife-crisis terecht. Vaak wanneer je merkt dat je alles kunt wat je wilt, maar dat de liefde je niet brengt wat je er altijd van hebt verwacht. Je kampt met het verlies van je romantische jeugdidealen. Het leven blijkt niet zo hoopvol te zijn als je altijd dacht. Je ziet de gebreken van je persoonlijkheid onder ogen. Tim zegt bang te zijn zo’n ‘zielige oude nicht’ te worden. Dat heeft iets eenzaams. Seks met een mooie bink is voor hem aardig tegengif. En mooi is voor hem een jeugdig uiterlijk. Als je ouder wordt, verlies je aan seksuele vermogens, maar win je aan intieme vermogens. Je leert de schakeringen van liefde kennen. Zo bezien is ouder worden zo beroerd nog niet. Tim is nogal behept met zijn uiterlijk en de manier waarop hij overkomt op anderen. Hij is wat narcistisch. Narcisme is in essentie het slecht kunnen voelen van innerlijke behoeften. Het is meer bezig zijn met hoe je overkomt op anderen. Narcisten hebben niet zo’n vanzelfsprekend gevoel van eigenwaarde. Ze durven niet goed voor hun eigen behoeften op te komen en neigen daardoor anderen te manipuleren. Vaak worden ze geconfronteerd met een pijnlijk gevoel van ‘niet gezien’ worden. Tim was hier een schoolvoorbeeld van. Het vallen op jonger komt niet alleen voort uit een soort manlijk jachtinstinct. Het is ook iets narcistisch vermoed ik. Als je de schone jongeling kunt liefhebben, zal hij jou liefhebben en dus bewonderen. En die bewondering is zo broodnodig nog; ook bij Tim. Het krikt zijn gevoel van eigenwaarde op. Bij sommige gays is dat gevoel van eigenwaarde al vroeg in hun leven diep gekwetst. Tim was door zijn stiefvader altijd vernederd. Hij kon...

Read More

Homo? Gadver!

Posted by on jul 20, 2011 in angst en depressie, ouder en isolement, pesten en geweld, relatieproblemen, uit de kast | 0 comments

“Remco vertelde over de periode vóór zijn coming-out: toen ik jong was, zo rond mijn 14e, realiseerde ik me iets verschrikkelijks. Ik merkte dat ik meer naar jongens keek. Ik droomde soms van naakte jongens. Ik fantaseerde over mannen terwijl ik me aftrok. Ik wilde het niet, maar keek naar seksfoto’s met blote pikken. Het was de fascinerende wereld van volwassenen.” “Ik zag rare giechelende mannen op TV. En ook schreeuwerige mannen op een boot in het grote Amsterdam. Ik zag vooral het gezicht van mijn moeder: ‘Vies!’ Dat was de uitdrukking. Ik hoorde het afkeurend gemompel van mijn vader. Ik wist het zeker: ‘Ik ben gedoemd’.””Ik verstopte de ‘vieze filmpjes’ op mijn computer. Toch kon ik ze soms niet weerstaan. Soms werd ik er even razend geil van maar daarna hoopte ik dat niemand me had gezien. Ik werd bang van seks. ‘Nee, ik ben niet zo’, dacht ik. Een psycholoog zei: “Als je op straat staat en er komen mensen op je aflopen. Waar trekt je blik onbewust naar toe?”. Tja, dat waren toch die kruizen in jeans. Tieten deden me niks.” “Tot overmaat van ramp keek ik bij het sporten vaak naar jongens in hun onderbroek. Bah, wat een stiekeme viezerd was ik toch. Iets waar ik me helemaal voor schaamde was mijn verliefdheid op Peter. Hij was de beste van onze klas en had zo’n mooie huid. Zo gaaf. En zijn haar. Prachtig! Wat voelde ik me een klein lelijk eendje.” “Ik heb geleerd mezelf te verstoppen. Ik dwong mezelf op heteroseks af te trekken. Toch keek ik meer naar die pik dan naar die kut. Eigenlijk iets vies. Eigenlijk waren heteromannen ook vies, dat ze een kut wilde likken. Gadver. Het idee alleen al.” “Oh jee, ik ben het echt. Ik heb laatst een jongen aangeraakt; ik voelde zijn nabijheid. Ik wilde dichter bij hem zijn. Dat heb ik niet met meisjes. Nu ik weet dat ik zo ben moet ik er ook maar ’s wat mee doen. Maar wat in godsnaam? Peter ziet me al komen. Oh nee, ik ben gedoemd tot iets heimelijks. Ik zet mijn computer op mijn eigen kamer.” “Waar ga ik heen? Ik las iets over ’16-min’. Ik weet dat het COC bestaat en er is iets zoals jongensgroepen van de Kringen. Hebben ze ook een website? Ik vind iets over Expreszo. Oh jee, ik ga daar echt niet naartoe! En ‘het’ aan anderen vertellen? No way! Waarom zou ik het doen? Ik heb toch mijn computer.” “Ik ben geen ‘homofiel’. Alleens het woord al! Noem me homoseksueel. Nja, liever niet natuurlijk. Maar als het beestje een naam moet hebben; a la. Noem me nooit ‘Homo’ in gezelschap. Ik vermoord je’.” Sander heeft na 10 jaar nog dit gevoel. Hij voelt scheuten van paniek, wanneer hij echt een leuke man ziet. Peter heeft zijn liefde nooit beantwoord. Wat hij eraan over heeft gehouden is een gevoel van: ‘Als ik een man leuk vind, vindt hij me vast niet leuk’. Hij valt op jongere mannen. Hij gedraagt zich graag een beetje stoer, een beetje mannelijk. Hij heeft een zwak voor afhankelijke jongens. Hij ziet hun schreeuw om aandacht en steun. Hij wordt graag één met ze. In de therapie realiseert en voelt hij, dat hij zijn sociale angsten en minderwaardigheidsgevoelens kan loslaten. Hij realiseert zich dat een leuke jongen hem ook leuk mag vinden. Sterker nog, ook geïnteresseerd in hém mag zijn. Hij verandert zijn negatieve basisovertuiging naar een positieve: “Ik ben ook belangrijk. Ik wil dat voelen van die ander. Juist van hém. Make me more...

Read More